Ongewenste sms’en en e-mails: pas op voor phishing

Phishing is alomtegenwoordig. De Engelstalige term refereert naar alle feiten waarbij iemand zich door middel van SMS of e-mail bedrieglijk voordoet als iemand anders om zo vertrouwelijke informatie te verkrijgen. Op die manier wordt er toegang gegeven tot bijvoorbeeld bankaccounts.

Tegenwoordig omvat phishing 25% van de klachten bij de Ombudsdienst in financiële geschillen. Daarnaast registreerde het meldingssysteem van de FOD Financiën ruim 5200 klachten in 2020, énkel met betrekking tot de FOD zelf.

De maatschappelijke impact van phishing is dan ook enorm. Het gerecht blijft ook niet achter. Zo werden onlangs nog zeven personen gearresteerd voor hun betrokkenheid bij een netwerk dat zich expliciet toelegde op deze vorm van fraude.

Phishing: wettelijke garanties

Als slachtoffer van phishing hoeft u echter niet in de kou te blijven staan. De wet voorziet in verschillende garanties.

Zo bieden artikelen VII.43 en VII.44 van het Wetboek van Economisch Recht soelaas. In het geval van een niet-toegestane betaling heeft u namelijk recht op een terugbetaling. Ook phishing kan leiden tot zo een niet-toegestane betaling en valt dus onder dit toepassingsgebied. De terugbetaling is echter niet zonder voorwaarden. Er mag namelijk geen sprake zijn van een grove nalatigheid.

Hier knelt het schoentje. Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde recentelijk nog dat het feit dat je het slachtoffer bent van phishing, géén automatische vrijgeleide is om de terugbetaling te ontvangen. Ook dan dient er aangetoond te worden dat er geen sprake was van een grove nalatigheid. Het Hof legde hiermee een zorgvuldigheidsverplichting op aan de consument; mails zonder officieel logo van de bankinstelling dienen kritisch gelezen te worden. Ingeval u toch ingaat op zulke mails, lijkt de kans op terugbetaling op basis van artikelen VII.43 en VII.44 Wetboek Economisch Recht klein.[1]

Gelukkig biedt ook het Strafwetboek een oplossing aan slachtoffers van phishing.  Enerzijds omvat artikel 504quater van het Strafwetboek het misdrijf informaticabedrog. Hiermee wordt het manipuleren van data, met het doel economisch voordeel te verwerven, bestraft.

Daarnaast kan phishing ook gekwalificeerd worden als oplichting in de zin van artikel 496 Strafwetboek. Oplichting betreft het toe-eigenen van iemands zaken door gebruik van bedrieglijke middelen. Het uitsturen van dubieuze en frauduleuze berichten via sms en e-mail maken zo bedrieglijke middelen uit.

Beide artikelen bieden een strafrechtelijke bescherming aan slachtoffers van phishing. Indien u het slachtoffer meent te zijn van zulk misdrijf, is het mogelijk u burgerlijke partij te stellen. Op die manier kan u aanspraak maken op een schadevergoeding. Interessant hieraan is dat het toekennen van deze schadevergoeding kan gebeuren zonder een appreciatie van een eventuele grove nalatigheid, zoals dat wel het geval is volgens de bepalingen in het Wetboek van Economisch Recht.

Als specialist ter zake bekijken wij de mogelijkheden in het geval u slachtoffer werd van phishing.  Hierna kan een concreet stappenplan uitgewerkt worden. Contacteer ons hier.

[1] Hof van Beroep Antwerpen, 27 november 2019, RG 19/361/ A.