Het EHRM verplicht geïndividualiseerde beoordeling bij verplichte bijzondere verbeurdverklaring

Wanneer u veroordeeld bent tot een hoofdstraf, moet/kan de strafrechter bijkomend een bijzondere verbeurdverklaring van vermogensbestanddelen uitspreken.

In een nieuw baanbrekend Arrest van 11 juni 2020 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat de verplichte bijzondere verbeurdverklaring steeds een afzonderlijke geïndividualiseerde beoordeling behoeft.

Wat is een bijzondere verbeurdverklaring?

De bijzondere verbeurdverklaring betreft een bijkomende straf. Naast de hoofdstraf heeft de wetgever beoogt om bepaalde zaken uit de eigendom van de veroordeelde te onttrekken, m.n. :

1. zaken die het voorwerp van het misdrijf zelf uitmaken, en die welke gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf, wanneer zij eigendom van de veroordeelde zijn (Art. 42, 1° Sw)

Bijvoorbeeld: de gekochte drugs, het voertuig dat gebruikt werd om drugs te verkopen, het wapen dat gebruikt werd voor de slagen en verwondingen, het inbrekersmateriaal dat gebruikt werd bij inbraak

2.  zaken die uit het misdrijf voortkomen (Art. 43, 2° Sw)

Bijvoorbeeld: de valse akte, het valse geld, het valse schilderij

3. vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, op de goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en op de inkomsten uit de belegde voordelen (Art. 43, 3° Sw)

Bijvoorbeeld: Opbrengst van drugshandel, de intresten op gestolen gelden, maar ook de aangekochte roerende en onroerende goederen met dat geld

De bijzondere verbeurdverklaring zal bij een misdaad of wanbedrijf verplicht worden uitgesproken :

    • Bij situaties zoals hierboven beschreven in punt 1 & 2
    • witwas van vermogensvoordelen

 

Bij overtredingen wordt de verbeurdverklaring verplicht uitgesproken bij de gevallen bij wet bepaald.

De wet geeft de strafrechter de mogelijkheid om deze verbeurdverklaring facultatief uit te spreken :

    • Bij situaties zoals hierboven omschreven in punt 3

 

Deze facultatieve bijzondere verbeurdverklaring dient steeds schriftelijk door het Openbaar Ministerie gevorderd te worden.

Voor sommige misdrijven kan de verbeurdverklaring tevens worden uitgesproken voor de vermogensaangroei over een periode van 5 jaar voorafgaand aan de inverdenkingstelling van de verdachte persoon indien hiertoe ernstige en concrete aanwijzingen bestaan.

Het zal aan de veroordeelde zelf toekomen om de legale oorsprong aan te tonen (Art. 43quater Sw.).

Tot slot kan in sommige gevallen de verbeurdverklaring als politie- of beveiligingsmaatregel opgelegd worden. Dan is de verbeurdverklaring geen bijkomende straf, maar enkel een waarborg voor de veiligheid. Alle schadelijk bestempelde goederen zullen vernietigd of onbruikbaar gemaakt worden (Art. 43quater Sw.).

Bijvoorbeeld verboden wapen (Art. 8 WW)

Strafrechtelijk beslag

In het vooronderzoek wordt vaak strafrechtelijk beslag gelegd op bepaalde goederen. Deze inbeslagname mag echter niet gelijk gesteld worden aan een eigendomsoverdracht. Het is een loutere bewarende maatregel, waarna in de fase ten gronde vaak tot verbeurdverklaring wordt overgegaan.

Deze bewarende maatregel is geenszins verplicht. Ook goederen die geen voorwerp uitmaakten van inbeslagname kunnen tijdens de beoordeling ten gronde verbeurd verklaard worden.

Praktijk
In de praktijk maakt het voor de bijzondere verbeurdverklaring niet uit waar de goederen zich op dat moment bevinden.

De goederen kunnen zich in het buitenland, in het gebruik van familieleden, … bevinden.

Indien deze zaken niet meer kunnen worden teruggevonden, zal een verbeurdverklaring bij equivalent gebeuren. Dit betekent dat een geldelijk bedrag, overeenstemmend met de waarde van de goederen, verbeurd zal worden verklaard.

Dit gebeurt uiteraard onder voorbehoud van de rechten van derden te goeder trouw.

Individualisering

Het hoeft geen betoog dat de bijzondere verbeurdverklaring vaak financieel schrijnende toestanden teweegbrengt voor de veroordeelde persoon.

In een belangrijk Arrest van 9 februari 2017 oordeelde het Grondwettelijk Hof reeds dat een verplichte verbeurdverklaring van het middel van het misdrijf (Art. 43, eerste lid Sw.) ongrondwettig is wanneer dit in samenhang wordt gelezen met het recht op eigendom (Art. 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM) :

“Het verplichte karakter van de verbeurdverklaring kan dermate afbreuk doen aan de financiële toestand van de persoon aan wie ze is opgelegd dat ze een onevenredige maatregel vormt ten aanzien van het ermee nagestreefde wettige doel, waardoor zij een schending met zich meebrengt van het eigendomsrecht.

Voorgaande bleef in de praktijk vaak dode letter.

Door het recent Arrest van 11 juni 2020 van het EHRM (Markus v. Latvia n° 17483/10) werd voorgaand Arrest van het Grondwettelijk Hof afdwingbaar.

Voortaan zal een verplichte bijzondere verbeurdverklaring steeds afzonderlijk dienen te worden geïndividualiseerd.

De Strafrechter zal dienen af te toetsen of de omvang van de verbeurdverklaarde goederen overeenstemt met de ernst van het misdrijf.

Er zal moeten toegezien worden op het feit of de bijkomende straf geen buitensporige last meebrengt voor de veroordeelde :

“The court concludes that the domestic regulation, on the basis of which the confiscation punishment was imposed on the applicant, lacked clarity and forseeability, did not afford the necessary procedural safeguards, and provided no protection against arbitrariness.”

Vrij vertaald:

“Het Hof concludeert dat de nationale wetgeving op basis waarvan de confiscatiestraf aan de verzoeker is opgelegd, niet duidelijk en controleerbaar was, niet de nodige procedurele waarborgen bood en geen bescherming bood tegen willekeur.”

De individualisering zal aldus voldoende concreet dienen te zijn teneinde een schending van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM te voorkomen.

Wilt u hierover meer informatie, neem dan gerust contact met ons op via info@bannister.be of 03/369.28.00.