Bannister Advocaten behaalt vrijspraak voor cliënten in zaak rond cannabisplantage

Naar aanleiding van een justitieel onderzoek inzake de vervaardiging en verkoop van cannabis, werd een huiszoeking verricht in de woning van cliënten B.V. en E.V.

Aldaar werd er op de bovenste verdieping van de woning een cannabisplantage aangetroffen.

Het duo werd door het Openbaar Ministerie vervolgd voor deze feiten. De aangetroffen planten werden in beslag genomen en vernietigd.

Wettelijk kader

Artikel 2bis van de wet van 24 februari 1921 stelt de teelt van cannabis strafbaar. Een belangrijke voorwaarde voor de strafbaarheid van de teelt, is thans echter wel dat de THC-waarde (tetrahydrocannabinol) van de vervaardigde cannabis de drempel van 0.2% overschrijdt.

Deze voorwaarde vloeit voort uit het EU-recht. Artikel 32, zesde lid van de Verordening (EU) nr. 1307/2013 (17) bepaalt dat de productie van hennep slechts strafbaar is, indien het THC-gehalte meer dan 0.2% bedraagt. Deze regeling wordt gehanteerd om de onschuldige verschijningsvormen en variaties van hennep met een zeer laag THC-gehalte – die legale landbouwgewassen zijn en waarvan geen bestanddelen als genotsmiddel kunnen worden gebruikt – uit te sluiten van het toepassingsgebied van de Drugswet.

Ingevolge deze Europese Verordening wordt in België sinds het Koninklijk Besluit van 6 september 2017 ditzelfde drempelgehalte gehanteerd inzake de strafbaarstelling van de teelt van cannabis.

Deze wetswijziging heeft dus tot gevolg dat de wetgever voor de strafbaarstelling van het misdrijf inzake de teelt van cannabis een extra constitutief bestanddeel heeft ingevoegd.

Verdediging

De verdediging bestudeerde grondig het dossier en kwam tot de vaststelling dat de THC-waarde van de aangetroffen planten nergens werd bepaald door het Openbaar Ministerie.

De verdediging wierp dan ook op dat de rechtbank in casu niet kon nagaan of de constitutieve bestanddelen van het misdrijf werden vervuld; men kon namelijk niet vaststellen of de THC-waarde effectief de strafbare drempel van 0.2% had overschreden.

De verdediging vorderde dan ook terecht de vrijspraak voor de teelt van de cannabis.

De rechtbank volgde het standpunt van de verdediging en stelde dat inderdaad niet (meer) kon worden nagegaan of alle constitutieve bestanddelen van het misdrijf werden vervuld, aangezien de THC-waarde noch werd bepaald noch kon worden bepaald.

De vrijspraak drong zich dan ook op, aldus de rechtbank.

Belang van het precedent

Dit vonnis vormt een zeer belangrijk precedent voor toekomstige zaken met betrekking tot cannabisplantages.

Niet alleen werd door deze uitspraak bevestigd dat er ingevolge de wetswijziging een bijkomend constitutief bestanddeel werd ingevoegd met betrekking tot het misdrijf van de teelt van cannabis, maar ook wordt het Openbaar Ministerie nu verplicht om haar onderzoek grondig te voeren en steeds een analyse uit te voeren op de aangetroffen planten.

BANNISTER ADVOCATEN heeft door haar verregaande specialisatie en ervaring in strafzaken de nodige juridische expertise in huis om te beoordelen of het onderzoek met betrekking tot cannabisplantages weldegelijk correct en adequaat is gebeurd door het Openbaar Ministerie.

Het kan hierbij ook steeds rekenen op een eigen gespecialiseerde databank, waardoor het altijd op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen inzake strafrecht en strafvordering.

BANNISTER ADVOCATEN staat haar cliënten bij met volle overgave en verleent steeds juridische bijstand van een excellent niveau, waarbij noch moeite noch kosten gespaard worden om de best mogelijke uitkomst te verkrijgen.

3 augustus 2020